Liefdevol opvoeden, een kunst


Duidelijkheid biedt veiligheid

/media/   

Nadat decennialang vrijheid en ruimte de sleutelwoorden leken te vormen in de visie op opvoeden, is er de laatste jaren een duidelijke kentering waar te nemen. De centrale boodschap in opvoedingsland lijkt nu vooral: „Ouders, durf grenzen te stellen!” Meer dan ooit lijken opvoeddeskundigen ervan overtuigd: duidelijkheid biedt veiligheid. En dat is wat kinderen nodig hebben.

Recent verschenen er drie boeken rond het thema ouderschap en grenzen stellen. Het gaat om ”Liefdevol opvoeden, een kunst”, geschreven door Eva Kessler, ”De kunst van ouderliefde” van Ross Campbell en ”Ruimte door regels”, van Sarina Brons-van der Wekken. Deze drie auteurs willen ouders een handreiking bieden in het stellen van regels en grenzen enerzijds en het opbouwen van een liefdevolle relatie anderzijds. Want dat die twee kunnen en moeten samengaan, daarover zijn de drie schrijvers het met elkaar eens. Brons en Campbell schrijven vanuit een christelijke perspectief; bij Kessler ontbreekt dat.

De auteurs hebben een aantal gemeenschappelijke uitgangspunten. Allereerst de vooronderstelling dat kinderen per definitie grenzen zoeken en vervolgens proberen die te overschrijden. Een kind verwijten dat het grenzen opzoekt is zoiets als het kind verwijten dat het kind is. Door het testen van die grenzen proberen kinderen te ontdekken welke waarden en normen van ouders echt en belangrijk zijn.

Het tweede uitgangspunt dat de auteurs gemeen hebben is de overtuiging van de noodzaak dat ouders grenzen daadwerkelijk stellen. Grenzen bieden rust, bescherming, houvast en veiligheid.

In de derde plaats roepen de auteurs de ouders op zich in te spannen om de kinderlijke logica te ontdekken. Veel ouders redeneren vanuit hun volwassenheid richting de kinderen. Ouders gaan er dan van uit dat kinderen wel hun beste beentje voor zullen zetten om de liefde van hun ouders te winnen. Het is echter zo dat kinderen juist de liefde van hun ouders testen met hun gedrag.

Achter moeilijk en onhebbelijk gedrag gaat steeds de vraag schuil: Houden jullie van mij? Daarom pleiten de auteurs ervoor dat wanneer een kind zich misdraagt, ouders zich afvragen: Wat heeft dit kind nodig? Dit betekent dus dat zij niet reageren vanuit boosheid of frustratie.



Grensverkeer

In de vierde plaats roepen de auteurs ouders ertoe op te accepteren dat conflicten bij het opvoeden horen. Immers, bij het zogenaamde grensverkeer -daar waar ouders grenzen stellen en kinderen grenzen zoeken- ontstaan er gemakkelijk botsingen. Wat voor kinderen een must is, namelijk dat zij grenzen geboden krijgen, kan voor ouders een last worden, namelijk een voedingsbron voor conflicten. En conflicten stroken niet met het beeld van een harmonieus en liefdevol gezinsleven, wat de meeste ouders voor ogen hebben.

Het is daarom niet verwonderlijk dat twee van de drie auteurs het woord ”kunst” in de titel van hun boek hebben verwerkt. Het vereist blijkbaar nogal wat van ouders om grenzen op een goede -liefdevolle- manier aan te geven.

Goed humeur

Over het inzetten van middelen om gezag te vestigen en discipline te handhaven lopen de meningen van de auteurs uiteen. Met name Kessler heeft hierin een afwijkende visie. Zij laat in de ondertiteling van haar boek al doorschemeren wat zij onder de kunst van liefdevol opvoeden verstaat: „Op een zinvolle manier grenzen stellen en daarbij je goede humeur bewaren.” In haar inleiding laat zij weten wat zij bedoelt met ”een goed humeur”: „een stemming waarbij in de omgang met kinderen het positieve, vrolijke en bevestigende overheerst.”

In de daaropvolgende hoofdstukken werkt zij uit wat hiervoor nodig is. Om kinderen te begrijpen moeten ouders vooral investeren in het contact. Wanneer kinderen het gevoel van contact met de ouders kwijt zijn of kwijt dreigen te raken, verliezen zij hun belangrijkste oriëntatiepunt en gaan zij contact uitlokken. Grensoverschrijdingen geven het kind de meeste kans op contact. Immers, een botsing is ook contact. De beste methode om kinderen grenzen bij te brengen is volgens Kessler het kind zelf laten ervaren wat de gevolgen van zijn handelen zijn, en dus niet via belonen en straffen het kind in de juiste richting sturen.

Straffen en belonen noemt Kessler „autoritaire methodes.” „Wie straft of prijst heeft macht en kijkt vanuit de hoogte op het kind neer.” Het alternatief dat Kessler aanreikt is een houding van waardering. Dus niet: „Wat een mooie boom heb je getekend”, maar: „Hoe heb je dat eigenlijk gedaan, dat die boom zo mooi schittert?”

Het boek is geschreven vanuit een positief kindbeeld. Er wordt nergens gerefereerd aan de zondige neiging van het hart van zowel ouders als kinderen. Evenmin wordt gerept over de bevrijdende Bijbelse boodschap. Hier en daar is er wel een vage verwijzing naar een allesomvattende kracht. Dit kan volgens de auteur echter net zo goed moeder Aarde als God zijn.

Ronduit stuitend is de illustratie van Adam en Eva die uit het paradijs verdreven worden. Hun zondige daad wordt voorgesteld als gezonde daad, namelijk die van „een pijnlijke maar verruimende verwerving van zelfbewustzijn.”


Het Parool

Make a Free Website with Yola.