Liefdevol opvoeden, een kunst


 Psychofarmaca:

Geneesmiddelen of kwakzalverij?


Is sociaal afwijkend gedrag wel een psychiatrische aandoening?


De laatste jaren komt het gebruik van psychofarmaca door kinderen en jongeren steeds meer in de belangstelling te staan. Het gebruik van deze middelen door kinderen neemt wereldwijd toe, terwijl het effect en de veiligheid van bijvoorbeeld antidepressiva voor kinderen en jongeren sterk ter discussie staan. 

In Nederland is op dit terrein weinig onderzoek gedaan in de vorm van populatieonderzoek. Weliswaar is een aantal onderzoeken verricht naar het gebruik van deze middelen onder jongeren, maar veiligheidsaspecten zijn hierbij onderbelicht gebleven.


 

Het einde van de psychotherapie

De theorie van Sigmund Freud is onpopulair omdat algemeen wordt geloofd dat zijn ideeën geen wetenschappelijke basis hebben. Tegenwoordig ligt de nadruk op de genetische achtergrond van gedragsproblemen, die vaak wordt gepresenteerd als onweerlegbaar feit. In Het einde van de psychotherapie bewijst Paul Verhaeghe dat Freuds werk nog steeds heel waardevol en bruikbaar is en dat de genetische basis van psychologische problemen minder betrouwbaar is dan vaak wordt aangenomen.

De westerse wereld kampt met een depressie-epidemie, zoals beschreven door Trudy Dehue (eerder te zien bij Boeken). Voortbordurend op Freuds theorie over de oorzaak van depressie verklaart Verhaeghe dat deze epidemie het resultaat is van het verdwijnen van identiteit. Een vorige generatie weekte zich los van iedere soort van autoritaire inmenging met als resultaat leeglopende kerken, gebroken gezinnen en carrieremakers die zelden langer dan een paar jaar voor hetzelfde bedrijf blijven werken. Nu blijkt echter dat deze verdwenen stabiele factoren en blijvende sociale verbindingen een mens voorzien van zekerheid, bevestiging en op den duur van een identiteit omdat je weet wie je bent ten opzichte van de ander. Depressie volgt wanneer door gebrek aan identiteit een mens zich ook niet meer zeker weet van het doel in het leven en op den duur ieder sociaal en ethisch richtingsgevoel verliest.

Verhaeghe stelt dat het gebrek aan identiteit door het verminderende aantal sociale banden heeft geresulteerd in een obsessie met het lichaam, een andere manier om een identiteit te verwerven. Kan je je immers niet vergelijken met je gezinsleden, pastoor of collega om jezelf zo te definieren, dan profileer je je door uiterlijk vertoon en seksueel gedrag. In het zoeken naar een identiteit is het eigen gender al snel een beginpunt. Door mannelijke of vrouwelijke eigenschappen extreem uit te vergroten gaat men op zoek naar 

Deze problematiek zorgt voor een nieuw soort patienten. Waar zich vroeger patienten aandienden die een neurose of complex ontwikkelden omdat ze iedere seksuele fantasie moesten onderdrukken, is er nu een vloedgolf aan patienten die juist iedere snelle lichamelijke bevrediging aangrijpen, maar van binnen een grote leegte ervaren. Vroeger was het onderdrukken van het lichamelijk instinct een oorzaak voor problemen, nu is het gebrek aan enig andere beweegreden de oorzaak. 

Het meest schrijnende aan deze nieuwe generatie patienten is dat de farmaceutische industrie gewetenloos op hun problemen inspeelt. Door ieder gevoel van eenzaamheid, verdriet, of onbehagen te labelen als ziekte wordt de oorzaak van de ellende buiten de patient gelegd. De patient is dan immers het slachtoffers van verkeerde genen, waar geen goed gesprek aan zal helpen. De oplossing staat vervolgens klaar in pilvorm.

Verhaeghe gaat zelfs zo ver te stellen dat aandoeningen zoals ADHD en PDD-NOS niet bestaan. De symptomen natuurlijk wel: drukke of verlegen kinderen zijn een feit. Het probleem ontstaat wanneer een patient niet als een persoon met een aantal eigenschappen wordt beschouwd, maar als die eigenschappen worden gefilterd tot een paar goed te classificeren afkortingen. Diagnose van zo'n soort aandoening gebeurt meestal met behulp van de DSM, een diagnostisch handboek dat niet, zoals men zou verwachten, samengesteld werd door onafhankelijke wetenschappers maar eerder een allegaartje van meningen is. 
De samensteller is de Amerikaanse Psychiatrische Associatie, een belangenvereniging die ooit zelfs met een stemming besloot of homoseksualiteit al dan niet een categorie moest worden. Zo worden ook te pas en te onpas aandoeningen toegevoegd, tot grote vreugde van de farmaceutische industrie. Zo kan er bijvoorbeeld weer een nieuwe pil in de markt worden gezet tegen een abnormaal lange rouwperiode. De DSM methode valt dus moeilijk wetenschappelijk te noemen, en blijkt in de praktijk al helemaal niet bij te dragen aan een structurele oplossing.

Verhaeghes voorstel om terug te keren naar een psychologische methode biedt een geruststelling. Hoewel de oplossing niet meer in een pilletje te vinden is, legt het de nadruk op een menselijker manier van omgaan met psychologische problemen. Niet langer regeren de zogenaamde allesbepalende genen en het wordt weer mogelijk jezelf te veranderen. Hoewel de psychiater ook niet almachtig is, kan deze in ieder geval wel helpen om van psychiatrisch ongelukkig te veranderen in "gewoon ongelukkig".

De depressie epidemie

De geschiedenis van neerslachtigheid
Over de plicht het lot in eigen hand te nemen

Nederland hoort tot de meest welvarende, vrije en gelukkige landen. Dat constateren wetenschappelijk onderzoekers van het geluk. Maar tegelijk zijn anti-depressiva de meest geslikte medicijnen. Talloos zijn de andere therapieën, de zelfhulpboeken en de internetpagina's over depressiviteit. En deskundigen stellen dat depressie nog grotendeels onderbehandeld is.
Is depressie een biologisch bepaalde ziekte die nu pas goed herkend en behandeld wordt? Praten de hulpverlening en de farmaceutische industrie ons psychische stoornissen aan? Of bracht de verzorgingsstaat mentale kleinzerigheid op grote schaal?
Trudy Dehue bespreekt de geschiedenis van neerslachtigheid. Ze bestudeert de claims van de biopsychiatrie, analyseert de commercialisering van het psychiatrisch onderzoek en de inhoud van de anti-depressivareclames. Ze betoogt dat gangbare verklaringen voor de toename van depressie niet houdbaar of niet volledig zijn.
De depressie-epidemie belicht het proces waarin het ideaal van de maakbare samenleving werd ingeruild voor dat van het maakbare individu. Benadrukten we voorheen omstandigheden als oorzaak van ellende, tegenwoordig gaat de aandacht naar het individuele brein. Daarbij werden we zelf verantwoordelijk voor wat ons vroeger gewoon overkwam. Want nu succes een keuze is geworden, geldt dat voor mislukking evenzeer.

Beschrijving
Over de plicht het lot in eigen hand te nemen
Nederland hoort tot de meest welvarende, vrije en gelukkige landen. Dat constateren wetenschappelijk onderzoekers van het geluk. Maar tegelijk zijn anti-depressiva de meest geslikte medicijnen. Talloos zijn de andere therapieën, de zelfhulpboeken en de internetpagina's over depressiviteit. En deskundigen stellen dat depressie nog grotendeels onderbehandeld is.
Is depressie een biologisch bepaalde ziekte die nu pas goed herkend en behandeld wordt? Praten de hulpverlening en de farmaceutische industrie ons psychische stoornissen aan? Of bracht de verzorgingsstaat mentale kleinzerigheid op grote schaal?
Trudy Dehue bespreekt de geschiedenis van neerslachtigheid. Ze bestudeert de claims van de biopsychiatrie, analyseert de commercialisering van het psychiatrisch onderzoek en de inhoud van de anti-depressivareclames. Ze betoogt dat gangbare verklaringen voor de toename van depressie niet houdbaar of niet volledig zijn.
De depressie-epidemie belicht het proces waarin het ideaal van de maakbare samenleving werd ingeruild voor dat van het maakbare individu. Benadrukten we voorheen omstandigheden als oorzaak van ellende, tegenwoordig gaat de aandacht naar het individuele brein. Daarbij werden we zelf verantwoordelijk voor wat ons vroeger gewoon overkwam. Want nu succes een keuze is geworden, geldt dat voor mislukking evenzeer.



Recensies
Interessant en goed gedocumenteerd boek. – OPZIJ 
Trudy Dehue stelt de goede vragen. De depressie-epidemie is een wijs boek. – DOUWE DRAAISMA 
Een fascinerende eye-opener, en een aansporing: laat je niet gek maken. – NELLEKE NOORDERVLIET
Een erg mooi boek. - NRC HANDELSBLAD




Trudy werd geboren in 1951 en is ondertussen als Prof dr Dehue, filosoof en psycholoog, verbonden aan de vakgroep Psychologie van de Rijksuniverstiteit Groningen. 
Ze schreef over de verborgen vooronderstellingen van menswetenschappelijke kennis in vooraanstaande internationale tijdschriften zoals Isis en History of the Human Sciences. Ze is redacteur van een aantal Engelstalige tijdschriften waaronder Theory and Psychology. Ze publiceert ook in het Nederlands, bijvoorbeeld in de Academische Boekengids, waar ze tevens in de kernredactie zit. Trudy Dehue is lid van de Sociaal-Wetenschappelijke Raad van de Koninklijke Academie van Wetenschappen.
_____________________________________________



Paul Verhaeghe is klinisch psycholoog en psychoanalyticus. Hij is hoogleraar aan de Universiteit Gent. Met Tussen hysterie en vrouw (1996) en Over normaliteit en andere afwijkingen(2002) won hij internationale erkenning als Freud- en Lacankenner. Met Liefde in tijden van eenzaamheid (1998), een kritische analyse van de hedendaagse verhoudingen tussen man en vrouw, brak hij door naar een algemeen publiek. Het werd een internationale bestseller; het boek werd in acht talen vertaald.
In 2009 publiceerde hij Het einde van de psychotherapie, over de macht van de farmaceutische industrie en de reden waarom de psychotherapie een betere methode is dan domweg pillen slikken.
 
Een aantal van de gepubliceerde artikelen van Paul Verhaeghe zijn ook online te lezen. Lees bijvoorbeeld:

Klik hier voor een complete lijst van Paul Verhaeghes publicaties.


Make a Free Website with Yola.