Liefdevol opvoeden, een kunst


‘Opvoeden meer dan intuïtie alleen’

INTERVIEW, Van onze verslaggeefster Malou van Hintum
gepubliceerd op 11 december 2008

DEN HAAG - Doel is om tot een Canon van Opvoeding te komen

Ruim duizend Hagenaars tussen 18 en 65 jaar kregen bijna zestig vragen voorgelegd over de opvoeding en ontwikkeling van kinderen tussen 0 en 17 jaar oud. Driekwart van de ondervraagden heeft kinderen. Vrouwen en moeders weten iets meer dan mannen en vaders, Nederlanders en niet-Nederlanders doen niet voor elkaar onder, en hoger opgeleiden weten nauwelijks meer dan lager opgeleiden. Gemiddeld is ruim de helft van de antwoorden correct.

Het onderzoek Naar een canon van opvoeding is uitgevoerd onder leiding van hoogleraar psychologie René Diekstra, in opdracht van de Haagse VVD-wethouder Sander Dekker (onderwijs, jeugd en sport). Binnenkort krijgen ook leerkrachten en hulpverleners in de jeugdzorg vragen over opvoeding voorgelegd. Doel is in de loop van 2009 een Canon van Opvoeding samen te stellen, een soort vademecum dat ouders en opvoeders kunnen raadplegen.

Waarom is dit onderzoek gedaan?

Dekker: ‘De Haagse consultatiebureaus krijgen jaarlijks 18 duizend vragen. 40 duizend Hagenaars hebben behoefte aan meer informatie over opvoeding. Het is een actueel thema. We hebben wethouders jeugd en zelfs een minister voor Jeugd en Gezin. Maar merkwaardig genoeg hebben we geen flauw benul wat ouders weten over opvoeding. Dit onderzoek geeft daar voor het eerst goed inzicht in.’

Diekstra: ‘Bij opvoedingsondersteuning zijn het altijd deskundigen die ouders vertellen wat ze moeten weten. Er wordt nooit gevraagd welke kennis ouders al hebben, en wat ze zelf zinnig vinden om te weten. Die vraag hebben we in ons vooronderzoek gesteld, zodat ook dat aan de orde kon komen.’

Waar zitten ouders mee?

Diekstra: ‘Ze vragen bijvoorbeeld hoe ze moeten reageren op driftbuien, of op ruzies tussen broertjes en zusjes. Of hoe ze betrouwbare afspraken kunnen maken met hun puberkinderen.’

Ouders die geen of slecht Nederlands spreken, zijn niet geïnterviewd. Dat geeft een scheef beeld.

Diekstra: ‘Die groep vergt een speciale benadering, daar gaan we nog apart achteraan.’

Waar halen ouders hun informatie vandaan?

Dekker: ‘De media zijn belangrijk. Sinds ‘comazuipen’ veel in het nieuws is, weten mensen dat alcohol slechter is voor jongeren dan voor volwassenen. Dat geldt ook voor het verband tussen niet ontbijten en overgewicht, en voor de slaapbehoefte van pubers.’

Wat weten ouders niet?

Diekstra: ‘Wat ze bijvoorbeeld slecht weten, is dat baby’s van een maand al heel stemmingsgevoelig zijn, dat je peuters niet snel verwent, en dat spelen al vanaf een maand na de geboorte belangrijk is. Ook onderschatten ouders hoeveel invloed ze hebben op pubers.

‘Wat dat laatste betreft, lijkt er wel sprake van een ‘aangeleerde hulpeloosheid’. Ouders neigen ertoe de vrienden van hun kind de schuld te geven als hij blowt of crimineel is. Maar je kunt vaak al veel eerder zien aankomen dat een kind zich zo gaat ontwikkelen. Een kind wordt niet fout door foute vrienden, maar zoekt foute vrienden bij zijn foute gedrag.’

Gaat de overheid straks met de canon in de hand ouders voorschrijven hoe ze moeten opvoeden?

Diekstra: ‘Als je mensen gaat verplichten, organiseer je weerstand. Dat werkt niet. We willen wel duidelijk maken dat opvoeden niet simpel een kwestie is van intuïtie. Je kunt ook vol goede bedoelingen fouten maken. Ouders die meer begrijpen van de ontwikkeling van hun kind, hebben daar ook een positievere invloed op. Ik hoop op een toekomst waarin alle ouders zich moreel verplicht voelen zich goed voor te bereiden op het ouderschap.’






Make a Free Website with Yola.